Lessen; symboliek
Christelijke symboliek van personen
Soms worden beelden gebruikt om (heilige) personen uit te beelden.
- Drie-ene God; een gelijkzijdige driehoek of een regenboog met de
kleuren rood, blauw en geel.
- Jezus Christus; lam, pelikaan, vis, paaskaars, kandelaar, rots,
(hoek)steen, wijnstok, druiven, wijn, brood en korenaren (kerk)deur
herder, staf, kind.
- Heilige Geest; duif, vuur en vlammen.
- Evangelisten; herkenbaar aan een schrijftafel of een lezenaar. Zij
hebben ook hun eigen (soms gevleugelde) symbolen: Mattheüs als mens;
Marcus als leeuw; Lucas als rund; Johannes als adelaar.
- Apostelen; worden op blote voeten voorgesteld en met een schriftrol
of een boek in de hand. Ook hebben ze een specifiek attribuut dat aan
hun dood herinnert (kruis, of zwaard) of een legende of hun beroep.
- Petrus: sleutels en kruis of een staf.
- Andreas: Andreaskruis of een Latijns kruis.
- Jacobus de Meerdere: zwaard, pelgrims-staf en Jacobus-schelp.
- Johannes: kelk.
- Thomas: zwaard en winkelhaak.
- Jacobus de Mindere: knots.
- Philippus: zwaard of lans, soms een kruis-staf.
- Bartlomeus: mes.
- Mattheus: zwaard of geldbuidel.
- Simon: zaag.
- Thaddeus: knots.
- Matthias: bijl.
- Martelaren worden vaak afgebeeld met een palmtak in hun hand of met
een krans (als beeld van de rechtvaardiging) en het martelwerktuig
waardoor ze gestorven zijn.
- Heiligen; door een specifiek attribuut gekenmerkt, een voorwerp, een
vogel of een bloem. Het hangt vaak samen met een gebeurtenis uit hun
leven.
- Kerkvaders, kerkleraren en ordestichters zijn herkenbaar aan een
schriftrol of boek.
terug overzicht lessen

|